ECLI:NL:CRVB:2017:3197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij Wajong-uitkering
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland beoordeeld. Na een tussenuitspraak in juli 2016 heeft het UWV op 1 september 2016 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarin aan appellante met ingang van 13 februari 2012 een Wajong-uitkering is toegekend.
De Raad constateert dat met deze beslissing volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen, waardoor geen (proces)belang meer bestaat bij verdere beoordeling van het hoger beroep. Het standpunt van het UWV dat over de gevolgen van het afronden van haar studie nog een beoordeling zal plaatsvinden, vormt geen voldoende procesbelang.
Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante, begroot op €4.354,41, inclusief vergoeding van griffierechten en bepaalde nota’s van rechtsbijstand en medisch advies.
De uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in aanwezigheid van griffier P. Boer, en uitgesproken op 25 augustus 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na toekenning van de Wajong-uitkering.