ECLI:NL:CRVB:2017:3058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet gemelde professionele kickboksactiviteiten
Appellant ontving sinds september 2011 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek naar aanleiding van informatie over zijn professionele kickboksactiviteiten, stelde het college vast dat appellant deze activiteiten niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het college trok de bijstand met ingang van maart 2012 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege een onjuiste grondslag voor een deel van de periode. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij geen inkomsten uit kickboksen had en dat hij door persoonlijke omstandigheden geen melding kon maken.
De Raad oordeelde dat het verrichten van op geld waardeerbare activiteiten, ongeacht daadwerkelijke inkomsten, een schending van de inlichtingenverplichting vormt. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand over de betreffende periode. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemelde professionele kickboksactiviteiten wordt bevestigd.