ECLI:NL:CRVB:2017:2986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. G. M. Simons
- M. Kraefft
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over onbepaalde plaatsing en bezoldigingsvermindering wegens doodsbedreigingen
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de gemeente Nijmegen, werd beschuldigd van het uiten van doodsbedreigingen richting zijn leidinggevende en collega. Na een onderzoek door een commissie en een besluit van het college werden disciplinaire maatregelen opgelegd, waaronder een voorwaardelijk strafontslag, plaatsing in een andere functie en vermindering van bezoldiging voor onbepaalde tijd.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en oordeelde dat de combinatie van maatregelen onevenredig was vanwege het ontbreken van een tijdshorizon bij de plaatsing en bezoldigingsvermindering. Het college handhaafde echter de onbepaalde duur van deze sancties, wat leidde tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde dat appellant de uitlatingen heeft gedaan, maar dat deze niet direct aan de betrokkenen waren gericht en voortkwamen uit frustratie en privéproblemen. Daarom achtte de Raad de combinatie van straffen onevenredig en stelde dat aan de plaatsing en bezoldigingsvermindering dezelfde einddatum moet worden verbonden als aan het voorwaardelijk strafontslag, namelijk 3 december 2017. Het bestreden besluit en de eerdere uitspraak werden vernietigd en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De onbepaalde duur van de plaatsing in een andere functie en de vermindering van bezoldiging wordt vernietigd en begrensd tot 3 december 2017.