ECLI:NL:CRVB:2017:2834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing indicatie Persoonlijke Verzorging vanwege voorliggende zorg op grond van Zvw
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om haar geen indicatie voor Persoonlijke Verzorging op grond van de AWBZ toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de rapporten van de medisch adviseur zorgvuldig waren en dat de psychische klachten van appellante niet medisch waren geobjectiveerd. Tevens werd geoordeeld dat behandeling via de Zorgverzekeringswet (Zvw) voorliggend is op AWBZ-zorg.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en dat haar lichamelijke klachten losstaan van haar obesitas, die het gevolg zou zijn van haar psychische stoornis. Zij verzocht tevens om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep heeft zich verenigd met het oordeel van de rechtbank en benadrukt dat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor haar PTSS en de relatie tussen haar lichamelijke klachten en obesitas. De Raad achtte benoeming van een deskundige niet noodzakelijk.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de indicatie voor Persoonlijke Verzorging bevestigd.