ECLI:NL:CRVB:2017:2827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op BRP-adres
Appellante ontving studiefinanciering voor de jaren 2012 tot en met 2015, berekend als uitwonende studente, terwijl zij volgens onderzoek niet op haar BRP-adres woonde. De minister voerde een huisbezoek uit, waarbij controleurs onder toestemming van de hoofdbewoonster de woning inspecteerden. Het rapport vermeldde minimale persoonlijke bezittingen van appellante en dat zij soms weken afwezig was.
De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde een bedrag van €8.252,40 terug, omdat appellante als thuiswonend moest worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het huisbezoek rechtmatig was en de bevindingen voldoende feitelijke grondslag boden.
In hoger beroep stelde appellante dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege gebrek aan geïnformeerde toestemming en dat de bevindingen onvoldoende waren. De Raad oordeelde dat de controleurs zich correct hadden gelegitimeerd, de toestemming rechtmatig was, en dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende waren om te concluderen dat appellante niet op het BRP-adres woonde.
De Raad verwierp de latere ontkenning van de hoofdbewoonster en de aanvullende verklaringen van appellante als onvoldoende om de bevindingen te weerleggen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.