ECLI:NL:CRVB:2017:2792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wajong-uitkering terecht geweigerd wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV op 11 april 2013 is afgewezen en dit besluit is bij bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV onderschreef. In hoger beroep stelde appellante dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en haar psychische en verslavingsproblematiek onvoldoende was meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het bestreden besluit terecht heeft genomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had beperkingen van blijvende aard vastgesteld en deze verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad vond dat de medische beoordeling voldoende was gemotiveerd en dat de arbeidsdeskundige passend werk had aangewezen. De bewijslast voor een laattijdige aanvraag lag bij appellante, die niet aannemelijk had gemaakt dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad constateerde dat het UWV het besluit in hoger beroep had voorzien van een toereikende verzekeringsgeneeskundige grondslag, zodat het gebrek in het oorspronkelijke besluit werd gepasseerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het UWV heeft terecht de Wajong-uitkering geweigerd.