ECLI:NL:CRVB:2016:4831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige aanvraag Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische gegevens
Appellant diende op 22 april 2013 een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het UWV wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van medische informatie over de situatie rond en na de 17e verjaardag van appellant, waardoor niet kon worden vastgesteld of appellant jonggehandicapt was volgens de Wajong 2010.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwees naar vaste rechtspraak waarin wordt bepaald dat bij laattijdige aanvragen de bewijslast bij de aanvrager ligt, omdat het medisch beeld na verloop van jaren moeilijk vast te stellen is. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ernstige beperkingen had sinds zijn eerste levensjaar door meningitis, encephalitis en een rugfractuur, en overhandigde medische stukken die al in het dossier zaten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en de vaste rechtspraak over bewijslastverdeling bij laattijdige Wajong-aanvragen. Omdat appellant geen nieuwe argumenten of bewijsstukken aanvoerde, bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de afwijzing van de laattijdige Wajong-aanvraag.