ECLI:NL:CRVB:2017:2777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding extra stroomkosten uitraasruimte op grond van Wmo
Appellante heeft een uitraasruimte met elektrische vloerverwarming toegekend gekregen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor haar dochter. Zij verzocht vergoeding van de extra stroomkosten die zij maakte voor de verwarming van deze ruimte. Het college wees deze aanvraag af omdat de Wmo geen compensatieplicht kent voor stookkosten die tot de algemene bestaanskosten behoren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de hoge energiekosten uitsluitend het gevolg waren van het gebruik van de vloerverwarming. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door overgelegde verbruiksgegevens en een saldo-overzicht kon aantonen dat de stroomkosten sinds 2013 sterk waren gestegen en dat zij het college verantwoordelijk hield voor de hoge kosten, mede omdat zij had verzocht de uitraasruimte op de centrale verwarming aan te sluiten.
De Raad oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de gevraagde vergoeding uitsluitend verband houdt met de vloerverwarming, mede omdat de verbruiksgegevens van een andere woning dateren en de huidige gegevens geen inzicht geven in het specifieke verbruik van de uitraasruimte. Ook is niet gebleken dat appellante destijds bezwaar heeft gemaakt tegen de wijze van verwarming. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De vergoeding van de extra stroomkosten voor de elektrische vloerverwarming van de uitraasruimte wordt afgewezen omdat het oorzakelijk verband niet is aangetoond.