ECLI:NL:CRVB:2017:2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte verlaging bijstand wegens gedeelde kosten met studerende dochter met studiefinanciering
Appellanten ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen had de bijstand per 1 augustus 2014 met 10% verlaagd omdat zij meenden dat appellanten woonkosten konden delen met hun meerderjarige dochter die geen studiefinanciering meer ontving.
De rechtbank had het beroep tegen deze verlaging ongegrond verklaard, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de dochter in augustus 2014 wel studiefinanciering ontving, ondanks dat zij deze later moest terugbetalen. Hierdoor viel zij feitelijk onder de uitzondering van artikel 26 WWB Pro, die gedeelde kosten met studerende kinderen uitsluit.
De Raad oordeelde dat het college ten onrechte had aangenomen dat de kosten gedeeld konden worden en vernietigde het besluit voor zover het de herziening over augustus 2014 betrof. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat ten onrechte bijstand was teruggevorderd of niet uitgekeerd.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht vergoed wordt. De uitspraak bevestigt dat studiefinanciering als een voorliggende voorziening geldt, ook als deze later moet worden terugbetaald.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand per augustus 2014 wordt vernietigd omdat de dochter studiefinanciering ontving en kosten niet gedeeld konden worden.