ECLI:NL:CRVB:2017:2686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na tweede ziektejaar wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet na ziekmelding wegens hartklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en deugdelijk waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had ingeschakeld en dat de diagnose van een psycholoog met matige depressie niet werd erkend. Tevens stelde hij dat bepaalde functies niet passend waren vanwege klantcontacten en taalbeheersing. De Raad concludeerde dat de verzekeringsarts appellant adequaat had onderzocht en dat de psychische en lichamelijke beperkingen voldoende waren beoordeeld. De door appellant aangevoerde afwijkende medische informatie bood onvoldoende aanleiding tot twijfel.
De Raad onderschreef het oordeel dat appellant met zijn opleidingsniveau en arbeidsverleden geschikt is voor de geselecteerde functies en dat de taalvaardigheidseis als algemeen gebruikelijk geldt. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.