ECLI:NL:CRVB:2017:2681
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering AOR-toekenningen aan in Indonesië woonachtige aanvrager
Appellante, woonachtig in Indonesië en houder van de Nederlandse nationaliteit, diende een aanvraag in op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerder wees de aanvraag af omdat appellante ten tijde van de aanvraag in Indonesië woonde, wat volgens verweerder een uitsluitingsgrond zou zijn.
De Raad oordeelde dat de AOR geen voorwaarde bevat dat aanvragers niet in Indonesië mogen wonen en dat het besluit van verweerder om de aanvraag af te wijzen op deze grondslag niet gerechtvaardigd is. De Raad verwees naar de Aide Memoire van 1954 en het instellingsbesluit van de CAOR, waaruit blijkt dat Nederland ook nieuwe aanvragen behandelt, ongeacht woonplaats, en dat het uitsluiten van aanvragers woonachtig in Indonesië in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat en verweerder gezamenlijk aansprakelijk werden gesteld voor een bedrag van €1.000,-. Verder werden kosten van rechtsbijstand en griffierecht aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen, met toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.