ECLI:NL:CRVB:2017:2672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Appellante, een detailhandelsonderneming, voerde hoger beroep tegen een loonsanctie die het UWV oplegde wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een werkneemster die sinds april 2012 wegens psychische en gewrichtsklachten arbeidsongeschikt was. De rechtbank had de loonsanctie en de weigering tot bekorting daarvan reeds bevestigd.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren. Dit was mede gebaseerd op het feit dat de bedrijfsarts lange tijd te zware beperkingen had vastgesteld, waardoor het re-integratietraject niet adequaat was. Pas na een nieuw onderzoek in november 2013 werd geconcludeerd dat de werkneemster begeleid kon worden naar reguliere arbeid.
Appellante stelde dat het UWV tekort was geschoten in het deskundigenoordeel en dat de inzet van een tweede spoor niet passend was vanwege een Wsw-indicatie, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het verzoek tot bekorting van de loonsanctie werd afgewezen omdat de tekortkomingen niet waren hersteld. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het verzoek tot bekorting afgewezen.