ECLI:NL:CRVB:2017:2670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na intrekking pgb
Appellante had een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen van het Zorgkantoor, dat dit budget later introk wegens niet-naleving van verplichtingen. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze intrekking. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en herroepen het intrekkingsbesluit, met een nieuwe intrekking per een latere datum.
In hoger beroep betoogde appellante dat de intrekking onterecht was. Tijdens de zitting gaf het Zorgkantoor aan de intrekking niet langer te handhaven en daarmee volledig tegemoet te komen aan het hoger beroep van appellante. Hierdoor ontbrak het procesbelang voor appellante om het hoger beroep voort te zetten.
De Raad oordeelde dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep, en dat een louter formeel belang onvoldoende is. Omdat het Zorgkantoor het geschil feitelijk had opgelost, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd het Zorgkantoor veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van het pgb door het Zorgkantoor.