ECLI:NL:CRVB:2017:2652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens niet voldoen aan migrerend werknemerschap
Appellant, met de Duitse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan voor een opleiding in Nederland. Hij overlegd een businessplan en inschrijving bij de Kamer van Koophandel, met werkzaamheden voor zijn bedrijf en een overeenkomst voor werkzaamheden bij een ander bedrijf. De minister kende studiefinanciering toe, maar herzag dit besluit na twijfel over het voldoen aan de eis van minimaal 32 uur werk per maand.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond omdat niet was aangetoond dat hij daadwerkelijk 32 uur per maand werkte als zelfstandige. Er was geen bedrijfsadministratie, en het overgelegde bewijs was onvoldoende betrouwbaar. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende economische activiteiten heeft verricht die reëel en daadwerkelijk zijn en niet louter marginaal en bijkomstig.
Hoewel appellant enkele kenmerken van ondernemerschap had, zoals inschrijving bij de Kamer van Koophandel, is dit niet voldoende om hem als migrerend zelfstandige aan te merken. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af.
Uitkomst: De studiefinanciering wordt herzien en appellant wordt niet aangemerkt als migrerend werknemer.