Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hadden een indicatie voor zorg op grond van de AWBZ en vroegen bij het Zorgkantoor een persoonsgebonden budget (pgb) aan voor de periode van april 2013 tot april 2016. In hun budgetplannen gaven zij aan zorg te willen inkopen bij hun moeder, maar lieten zij na om te onderzoeken of deze zorg ook door gecontracteerde zorgaanbieders werd geleverd.
Het Zorgkantoor voerde Bewuste Keuze Gesprekken met appellanten, waaruit bleek dat zij zich niet hadden georiënteerd op zorg in natura bij gecontracteerde aanbieders. Op basis hiervan weigerde het Zorgkantoor de pgb-verlening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, omdat zij onvoldoende hadden aangetoond dat zij zich hadden georiënteerd zoals vereist in artikel 2.6.4 van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa).
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad oordeelde dat het enkel noemen van namen van zorgaanbieders onvoldoende is om te voldoen aan de oriëntatieplicht en dat de verwijzing naar andere regelgeving niet relevant was. Ook het standpunt van appellanten dat geen contact hoefde te worden opgenomen als vooraf duidelijk was dat gecontracteerde aanbieders niet de gewenste zorg konden leveren, werd verworpen. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de pgb’s wegens onvoldoende oriëntatie op gecontracteerde zorgaanbieders en wijst het verzoek om schadevergoeding af.