ECLI:NL:CRVB:2017:2466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctiebesluit wegens onvoldoende re-integratie door eigenrisicodrager
Appellante, een uitzendorganisatie en eigenrisicodrager voor de Ziektewet, kreeg van het UWV een ziekengeldsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een werknemer die sinds oktober 2011 ziek was. De sanctie hield in dat zij het ziekengeld langer moest doorbetalen.
Appellante voerde aan dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld omdat de werknemer al vóór indiensttreding arbeidsongeschikt was en dat zij geen re-integratiekansen had gemist. De rechtbank wees dit af en stelde dat het UWV terecht was uitgegaan van 3 oktober 2011 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag en dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het in de risicosfeer van appellante lag om aannemelijk te maken dat de werknemer al ziek was bij indiensttreding, wat niet was gelukt. Daarnaast was vastgesteld dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, ondanks adviezen en mogelijkheden daartoe.
De Raad benadrukte dat de eigenrisicodrager verplicht is een re-integratiedossier te vormen en tijdig het UWV te informeren over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Appellante had nagelaten een besluit over deze datum te vragen aan het UWV, waardoor de opgegeven datum leidend bleef.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep van appellante af, waarmee de sanctie gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ziekengeldsanctie wegens onvoldoende re-integratie en juiste vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.