ECLI:NL:CRVB:2017:2465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over arbeidsongeschiktheid en weigering schadevergoeding eigenrisicodrager Ziektewet
Werkneemster was vanaf 8 februari 2012 ziek gemeld bij haar werkgever, een eigenrisicodrager voor de Ziektewet, die zich liet bijstaan door een arbodienst. Het Uwv stelde bij besluit van 13 maart 2014 vast dat werkneemster vanaf 28 oktober 2013 niet meer arbeidsongeschikt was, maar na bezwaar wijzigde het Uwv dit op 11 september 2014 en erkende dat zij op die datum nog arbeidsongeschikt was.
Appellante stelde dat werkneemster al arbeidsongeschikt was voordat zij bij haar in dienst trad en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag na 1 januari 2011 lag, waarna de uitsluitingsgronden vervielen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep tijdig was ingediend en dat het geschil over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag buiten de reikwijdte van het bestreden besluit valt. De Raad benadrukte de verplichtingen van eigenrisicodragers bij ziektemelding en de procedure rond het vaststellen van arbeidsongeschiktheid. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, evenals een veroordeling in proceskosten.
De uitspraak verduidelijkt dat eigenrisicodragers binnen de Ziektewet de mogelijkheid hebben om binnen een redelijke termijn een beschikking te vragen over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag, mits zij de bewijslast dragen. De Raad oordeelde dat het Uwv terecht het besluit handhaafde en dat het beroep van appellante niet ontvankelijk was voor de discussie over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.