ECLI:NL:CRVB:2017:2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift buiten termijn ingediend; niet-ontvankelijk verklaard wegens verzuim appellant
Appellant, voormalig militair uitgezonden naar Jordanië, maakte bezwaar tegen zijn vervroegde repatriëring. Dit bezwaar werd door de minister van Defensie niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het bezwaarschrift te laat was ontvangen.
Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege het verwijtbaar handelen van zijn rechtsbijstandverlener en dat hij daardoor niet tijdig kon indienen. Tevens stelde hij dat de minister het rechtszekerheidsbeginsel had geschonden door hem te laten geloven dat zijn bezwaar ontvankelijk zou worden verklaard bij tijdige aanvulling.
De Raad oordeelde dat het bezwaarschrift inderdaad buiten de termijn was ingediend en dat appellant ondanks zijn pogingen om contact te zoeken met zijn rechtsbijstandverlener, niet tijdig had gehandeld. De Raad bevestigde de vaste rechtspraak dat het risico van nalatigheid van een belangenbehartiger voor rekening van de betrokkene komt en dat geen onvoorziene omstandigheden waren gebleken. Ook was er geen grond voor een belangenafweging. Het hoger beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verzuim van appellant.