ECLI:NL:CRVB:2017:236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WIA-uitkering wegens niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met toepassing van een verkorte wachttijd wegens gehoorklachten, duizeligheid, evenwichtsklachten, tinnitus en rugklachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zou zijn, mede vanwege mogelijke behandelmogelijkheden zoals een cochleair implantaat en evaluatie bij een academisch ziekenhuis.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische rapporten van verzekeringsartsen en KNO-artsen tonen aan dat de medische situatie niet onomkeerbaar is en dat er nog behandelmogelijkheden zijn. De klachten zijn deels stabiel en objectief niet volledig geobjectiveerd.
De Raad benadrukt dat voor een verkorte wachttijd sprake moet zijn van een onomkeerbare situatie zonder behandelmogelijkheden. Aangezien dit niet het geval is, is appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van de Wet WIA, en wordt de aanvraag afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een WIA-uitkering na verkorte wachttijd wordt afgewezen omdat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.