Uitspraak
.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een gewezen militair, ontving een invaliditeitspensioen vastgesteld op 30% op basis van medische eindtoestand op peildatum 1 juni 2012. Hij vorderde een hogere uitkering op basis van een eerder invaliditeitspercentage van 50% zonder medische eindsituatie. De minister kende een bijzondere uitkering toe volgens de Regeling Ereschuld, gebaseerd op het definitieve invaliditeitspercentage.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar, maar oordeelde dat het beleid omtrent de peildatum niet onredelijk was. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het besluit en het beleid gebaseerd zijn op een algemeen verbindend voorschrift met terugwerkende kracht en dat de rechter terughoudend moet zijn bij toetsing.
De Raad concludeerde dat geen ernstige fouten aanwezig zijn in de regeling en dat het hogere invaliditeitspercentage zonder medische eindtoestand niet bepalend kan zijn voor een hogere uitkering. Ook het PTSS-protocol en de overgangsregeling bevestigen de rechtmatigheid van het besluit. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.