ECLI:NL:CRVB:2017:2239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om aanstelling in FPS-fase 3 na tijdelijke aanstelling bij Defensie
Appellant was van 2006 tot 2011 tijdelijk aangesteld als militair bij de Koninklijke Marechaussee. Na afloop van deze tijdelijke aanstelling werd hij opnieuw tijdelijk aangesteld op grond van artikel 11, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). In 2015 verzocht appellant om een aanstelling in FPS-fase 3, die een vaste aanstelling binnen Defensie betreft.
De minister wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens in beroep ging bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat het FPS drie fases kent, waarbij tijdelijke militairen (BBT-ers) in fase 1 of 2 functioneren en vaste militairen (BOT-ers) in fase 3. Artikel 30 AMAR Pro regelt doorstroming naar fase 3, maar sluit doorstroming vanuit een tijdelijke aanstelling op grond van artikel 11 uit Pro. De tijdelijke aanstelling van appellant was uitdrukkelijk niet bedoeld als loopbaan binnen Defensie.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op toepassing van arbeidsrechtelijke bepalingen faalde, omdat er geen sprake was van een vaste aanstelling of toezegging daartoe. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om een aanstelling in FPS-fase 3 werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.