ECLI:NL:CRVB:2017:2143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaars beoordeling
Appellante ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens psychische klachten en verslavingsproblematiek. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies, waarop de uitkering werd beëindigd.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan met medische klachten zoals artrose en het syndroom van Tietze, en stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar beperkingen en opleidingen. Het UWV handhaafde haar standpunt met medische en arbeidsdeskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen niet heeft onderschat, dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn. Daarnaast was er geen aanleiding voor het UWV om nadere informatie in te winnen bij behandelaars.
De algemene informatie over aandoeningen was niet toereikend om de individuele beoordeling te wijzigen. Ook de arbeidskundige beoordeling was zorgvuldig en hield rekening met het opleidingsniveau van appellante. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit.