Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig tekenaar/werkvoorbereider, kreeg een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 37,34% na medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV. Appellant voerde aan dat zijn tinnitus en de daarmee samenhangende klachten zoals slaapgebrek en hartkloppingen onvoldoende werden erkend, wat een urenbeperking zou rechtvaardigen.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en de medische grondslag van het UWV-besluit als zorgvuldig en volledig beoordeeld. Ook de geschiktheid van de voorgehouden functies werd bevestigd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en liet een bedrijfsarts een expertise uitvoeren die beperkte arbeidstijd suggereerde, maar het UWV bleef bij haar standpunt.
De Raad concludeerde dat de klachten deels door psychologische mechanismen in stand worden gehouden en dat de medische beoordeling geen aanleiding gaf tot uitbreiding van beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De toekenning van een IVA-uitkering later in 2014 werd niet als bewijs gezien voor een hogere arbeidsongeschiktheid per 2013. De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 37,34% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.