ECLI:NL:CRVB:2017:2117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim bij niet correct afrekenen maaltijden door politiefunctionaris
Appellant, een politiefunctionaris met twaalf jaar dienst, werd ontslagen wegens plichtsverzuim omdat hij in april 2014 herhaaldelijk zijn maaltijden in het bedrijfsrestaurant niet correct afrekende. Na een intern onderzoek en een disciplinaire procedure legde de korpschef hem ontslag op. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn geestestoestand, veroorzaakt door een moeilijke echtscheiding en ernstige depressieve klachten, hem gedeeltelijk niet toerekenbaar maakte. De Raad oordeelde echter dat uit medische rapportages niet bleek dat appellant de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag niet kon inzien of handelen naar dat inzicht. Bovendien functioneerde appellant gedurende de periode zonder merkbare problemen op zijn werk.
De Raad vond dat de korpschef bevoegd was tot het opleggen van de disciplinaire straf en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim, de eisen van integriteit binnen de politie en het geschonden vertrouwen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens toerekenbaar plichtsverzuim.