ECLI:NL:CRVB:2017:2104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende onderzoek naar eigendom en inkomsten uit buitenlandse percelen
Appellanten ontvingen sinds 2006 bijstand op grond van de WWB. Het dagelijks bestuur van Baanbrekers stelde een onderzoek in naar mogelijk verzwegen vermogen in Turkije, waarbij bleek dat appellant eigenaar was van percelen, waaronder hazelnootplantages. Omdat appellanten niet alle gevraagde gegevens aanleverden, werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken met terugvordering van verstrekte bedragen.
Appellanten betwistten de schending van de inlichtingenplicht en stelden dat zij geen inkomsten ontvingen uit de percelen, die deel uitmaken van een onverdeelde erfenis en niet meer als plantages worden geëxploiteerd. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende onderzoek had verricht naar de werkelijke aard van de percelen en de mogelijkheid van inkomsten. Het besluit tot intrekking berustte daardoor op onzorgvuldig onderzoek en ontoereikende motivering.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het dagelijks bestuur werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, met nader onderzoek naar de exploitatie en inkomsten van de percelen. Tevens werd het dagelijks bestuur veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en ontoereikende motivering.