ECLI:NL:CRVB:2017:2103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvolledige gegevens en onjuiste woonsituatie
Appellant vroeg bijstand aan na beëindiging van eerdere bijstand vanwege uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie. Het college stelde zijn aanvraag buiten behandeling omdat hij niet tijdig alle gevraagde bankafschriften en een schriftelijke verklaring over zijn leefomstandigheden aanleverde, ondanks meerdere verzoeken en een hersteltermijn. Appellant vroeg op de laatste dag uitstel, dat werd afgewezen.
Vervolgens weigerde het college de bijstandsaanvragen omdat uit onderzoek bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Dit onderzoek bestond uit gesprekken met handhavingsmedewerkers en een huisbezoek, waaruit bleek dat de woonsituatie niet overeenkwam met de opgave van appellant. Appellant gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijfplaatsen en kon niet aannemelijk maken dat hij niet in staat was juiste informatie te verstrekken.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro en dat de afwijzing van de aanvraag op grond van onvolledige en onjuiste informatie over het woonadres terecht was. De Raad wees ook het beroep af dat appellant wegens gezondheidsproblemen niet tijdig kon aanleveren, omdat hier onvoldoende bewijs voor was.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht buiten behandeling gesteld en afgewezen wegens het niet tijdig aanleveren van gegevens en onjuiste opgave van het woonadres.