ECLI:NL:CRVB:2017:2068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige wegens onvoldoende bewijs zelfstandigheid
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB met de vermelding dat zij als zelfstandige werkzaam was en ingeschreven stond bij de KvK. Het college wees de aanvraag af omdat zij meende dat appellante aanspraak kon maken op bijstand op grond van het Bbz 2004, bedoeld voor zelfstandigen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de afwijzingen ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat inschrijving bij de KvK alleen onvoldoende is om zelfstandigheid aan te nemen en dat zij geen opdrachten meer had. De Raad overwoog dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat appellante onmiskenbaar zelfstandige was in de relevante periode.
De Raad vernietigde de besluiten wegens strijd met het motiveringsbeginsel en stelde dat appellante recht heeft op bijstand vanaf 1 april 2014. Ook het verzoek tot schadevergoeding werd gegrond verklaard. Het college werd veroordeeld in de kosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag en kent bijstand toe vanaf 1 april 2014.