ECLI:NL:CRVB:2017:2051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen aanvraag langdurigheidstoeslag
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college Eindhoven trok deze bijstand in 2009 in wegens onjuiste informatie. Latere aanvragen om bijstand werden buiten behandeling gesteld vanwege gebrek aan bewijs over haar levensonderhoud. In 2014 werd een aanvraag langdurigheidstoeslag ingediend, maar het college stelde deze buiten behandeling omdat appellante niet de gevraagde bewijsstukken overlegde.
De voorzieningenrechter kende appellante bijstand toe vanaf 2014 en oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom zij niet had aangetoond hoe zij in haar levensonderhoud voorzag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het buiten behandelingsbesluit ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante al voldoende bewijs had overgelegd bij eerdere aanvragen en dat het college niet duidelijk had gemaakt welke aanvullende stukken nog verlangd werden. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het college om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen, met een welwillende blik op de reeds bekende gegevens. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen de aanvraag langdurigheidstoeslag inhoudelijk te beoordelen en wordt veroordeeld in de proceskosten.