ECLI:NL:CRVB:2017:1999
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorzieningen Wubo wegens ontbreken blijvende invaliditeit en toekenning schadevergoeding overschrijding redelijke termijn
Betrokkene, geboren in 1932, vroeg voorzieningen aan op grond van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De aanvraag werd afgewezen omdat geen sprake was van blijvende invaliditeit door het oorlogsgeweld, ondanks erkenning van het oorlogsgeweld zelf. De Raad oordeelde dat de psychische en lichamelijke klachten niet in verband stonden met het oorlogsgeweld, maar andere oorzaken hadden.
In beroep werd aangevoerd dat betrokkene onder levensbedreigende omstandigheden naar het Kloosterkamp was gevlucht, wat niet aannemelijk werd geacht. Medische adviezen van artsen Kho en Ohlenschlager bevestigden dat de beperkingen niet causale verbanden vertoonden met het oorlogsgeweld. Het rapport van arts Laatsch, dat anders suggereerde, werd niet gevolgd vanwege onvoldoende onderbouwing.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond. Wel werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van de procedure, vastgesteld op tien maanden, wat resulteerde in een vergoeding van €1.000,- verdeeld tussen verweerder en de Staat. Tevens werden proceskosten aan appellanten toegekend, te betalen door verweerder en de Staat.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld, met toekenning van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.