ECLI:NL:CRVB:2017:195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- M.T. Boerlage
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheidsontslag wegens niet-naleving meldingsplicht over strafrechtelijke situatie familie
Appellante was werkzaam bij het Openbaar Ministerie en werd ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, omdat zij niet tijdig melding had gemaakt van strafrechtelijke ontwikkelingen binnen haar familie, ondanks een uitdrukkelijke waarschuwing hierover.
Na gesprekken in mei en december 2013 waarin zij werd gewezen op haar meldingsplicht, verzuimde zij om direct te melden dat haar zwager was aangehouden en dat haar zus buitengewoon verlof had gekregen. Dit leidde tot een voortijdige beëindiging van haar detachering en uiteindelijk tot het besluit tot ongeschiktheidsontslag door de minister.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellante haar meldingsplicht niet was nagekomen en dat dit een onverenigbare leefomgeving met haar werk veroorzaakte, waardoor het ontslag gerechtvaardigd was.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat zij haar zwager niet als familie beschouwde en dat zij de melding wilde uitstellen. De Raad benadrukte het belang van openheid vanwege haar toegang tot vertrouwelijke gegevens en concludeerde dat de minister het ontslagbesluit in redelijkheid heeft genomen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten, en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ongeschiktheidsontslag van appellante wordt bevestigd.