ECLI:NL:CRVB:2017:1915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en opschorting bijstand wegens niet-melding giften en niet-overleggen echtscheidingsvonnis
Appellante ontving bijstand als alleenstaande en kreeg een mutatieonderzoek vanwege vermoedens van niet-gemelde giften en het ontbreken van een echtscheidingsvonnis. Uit het onderzoek bleek dat zij giften van in totaal €2600 had ontvangen, bestemd voor de bruiloft van haar dochter in Brazilië, maar deze niet had gemeld aan het dagelijks bestuur. Dit was een schending van de inlichtingenverplichting. Het dagelijks bestuur trok de bijstand over oktober 2013 in en vorderde terugbetaling van eerder ontvangen bijstand.
Daarnaast werd de bijstand opgeschort en later ingetrokken omdat appellante het gevraagde echtscheidingsvonnis niet overlegde, ondanks een hersteltermijn. Appellante voerde aan dat de giften bestemd waren voor specifieke kosten en dat zij het vonnis tijdig had verstrekt, maar de Raad oordeelde dat de giften niet als vrijgestelde middelen konden worden beschouwd en dat het vonnis niet was overgelegd.
De rechtbank had de besluiten van het dagelijks bestuur bevestigd en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De bijstand werd terecht ingetrokken en opgeschorst op grond van de WWB-artikelen betreffende inlichtingenplicht en opschorting/intrekking bij niet-naleving.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en opschorting van bijstand wegens niet-melding van giften en het niet overleggen van het echtscheidingsvonnis.