ECLI:NL:CRVB:2017:1898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden in kledingbranche
Appellant en een medebetrokkene ontvingen bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van anonieme tips startte de sociale recherche een onderzoek naar niet gemelde werkzaamheden van appellant in de textiel- en kledingbranche. Dit leidde tot het besluit van het dagelijks bestuur om de bijstand met ingang van 1 september 2013 in te trekken vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bestuurlijke boete gegrond, maar wees het beroep tegen de intrekking van de bijstand af. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen substantiële werkzaamheden had verricht en daarom geen financiële stukken kon overleggen.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant werkzaamheden met economische waarde had verricht, onder meer als gevolmachtigde en huurder van kledingzaken. Door het niet melden hiervan en het niet volledig overleggen van financiële gegevens kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en het niet overleggen van relevante gegevens wordt bevestigd.