ECLI:NL:CRVB:2017:1872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overgang en toekenning LFNP-functie Operationeel Expert Intelligence
Betrokkene maakte bezwaar tegen de toekenning van de LFNP-functie Operationeel Expert Intelligence, omdat zij vond dat zij gelijk behandeld had moeten worden als haar collega B, die was gematcht op de functie Operationeel Specialist A. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een motiveringsgebrek, omdat appellant onvoldoende had toegelicht waarom betrokkene en B niet gelijk waren behandeld.
In hoger beroep heeft appellant toegelicht dat de uitgangsposities van betrokkene en B verschillen, met name door verschillende korpsfunctiebeschrijvingen en werksettings, hetgeen leidde tot verschillende matching op functies volgens de transponeringstabel. De Raad volgt dit standpunt en oordeelt dat de motivering nu voldoende is en dat het oorspronkelijke besluit in rechtsgevolg kan blijven.
De Raad wijst erop dat matching plaatsvindt op basis van korpsfunctiebeschrijvingen en werksettings, niet op feitelijke werkzaamheden. Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat de matching onrechtmatig was. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit wegens motiveringsgebrek, maar handhaaft de rechtsgevolgen op basis van de nadere motivering van appellant.
Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene en legt griffierecht op.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand vanwege voldoende nadere motivering in hoger beroep.