ECLI:NL:CRVB:2017:1858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.C.W. Lange
- B.M. van Dun
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming startersregeling wegens voortgezette werkzaamheden
Appellante ontving toestemming van het Uwv om gebruik te maken van de startersregeling op grond van artikel 77a van de WW, voor de periode van 5 mei 2014 tot 2 november 2014. Uit onderzoek naar aanleiding van een anonieme tip bleek dat zij al sinds 2010 zelfstandige werkzaamheden verrichtte, waaronder een webshop en deelname aan markten, die niet waren gemeld bij het Uwv.
Het Uwv trok daarop de verleende toestemming voor de startersregeling in, wat door appellante werd aangevochten. De rechtbank oordeelde dat de activiteiten niet als hobbymatig konden worden beschouwd en dat de werkzaamheden een voortzetting waren van eerdere activiteiten, waardoor niet was voldaan aan de voorwaarde dat de werkzaamheden nog niet waren aangevangen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, waaronder dat het Uwv al op de hoogte was van haar activiteiten en haar had moeten waarschuwen. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat appellante haar wettelijke plicht had om het Uwv volledig en juist te informeren. De Raad concludeerde dat het Uwv bevoegd was de toestemming met terugwerkende kracht in te trekken en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor de startersregeling wordt bevestigd omdat de werkzaamheden al vóór de toestemming waren aangevangen.