ECLI:NL:CRVB:2017:1849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging vervoersvergoeding op grond van UWV-beleidsregels
Appellant ontvangt sinds 2003 een arbeidsongeschiktheidsuitkering en heeft een vervoersvoorziening die sinds 1982 bestaat. Het UWV besloot in 2014 de vergoeding te verlagen per 1 februari 2015, omdat deze niet meer in lijn is met het actuele beleid. Appellant maakte bezwaar tegen deze verlaging, stellende dat zijn individuele omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het UWV-beleid, neergelegd in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2014, niet in strijd is met wet- en regelgeving en dat de verlaging passend is. De Raad nam mee dat het UWV het oude beleid niet eerder beëindigde en appellant een ruime gewenningstermijn bood.
Er werd geen bijzondere situatie vastgesteld die afwijking van het beleid rechtvaardigt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de vervoersvergoeding en wijst het hoger beroep van appellant af.