ECLI:NL:CRVB:2017:1756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel rechtbank over zorgvuldigheid verzekeringsgeneeskundig onderzoek en beperkingen in WIA-uitkering
Appellante stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelde dat het besluit gebaseerd was op zorgvuldig onderzoek en deugdelijk gemotiveerde rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, en vernietigde het besluit met instandhouding van de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, met name door heup- en rugklachten, onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Zij overlegde aanvullend medisch advies en specialistische informatie. Het UWV handhaafde haar standpunt met aanvullende rapporten.
De Raad concludeerde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de FML terecht waren vastgesteld. De aanvullende medische gegevens boden geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van het oordeel. Ook werd benadrukt dat het ziektebeeld een dynamisch proces is en dat de beperkingen op de datum in geschil (5 februari 2014) minder ernstig waren dan later vastgesteld.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het oordeel van de rechtbank over de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de juistheid van de beperkingen in de FML wordt bevestigd.