Uitspraak
13 juli 2015, 14/5562 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontvangt een WAO-uitkering en daarnaast een Ziektewet-uitkering na beëindiging van een WW-uitkering wegens ziekmelding. Appellant heeft de WAO-uitkering verhoogd op basis van een herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid, maar verrekent deze verhoging met het reeds ontvangen ziekengeld inclusief vakantiegeld van de ZW-uitkering.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat volgens haar de verrekening van het vakantiegeld niet correct was toegepast. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 39b van de WAO, juist heeft toegepast. De WAO-uitkering wordt exclusief vakantiegeld uitbetaald, terwijl het ziekengeld van de ZW-uitkering inclusief vakantiegeld is.
De Raad stelt dat het vakantiegeld van de WAO-uitkering niet betrokken wordt bij de verrekening, maar dat van de ZW-uitkering wel. De wet biedt geen grond voor het standpunt van betrokkene dat het vakantiegeld bij beide uitkeringen gelijk behandeld moet worden. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten of vergoeding van wettelijke rente.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.