ECLI:NL:CRVB:2017:1676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding vervallen voorwaardelijk pensioen na ontslag wegens ziekte
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, raakte gedeeltelijk arbeidsongeschikt door een verkeersongeval en kreeg ontslag wegens ziekte. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst met een finale kwijtingsclausule die alle aanspraken uit hoofde van het dienstverband regelde.
Appellant verzocht later om vergoeding van het voorwaardelijk pensioen(deel) dat verviel door het ontslag. De staatssecretaris wees dit af, stellende dat de pensioenrechten onder de finale kwijting vielen en er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant bij de onderhandelingen had moeten aangeven dat pensioenrechten niet onder de kwijting vielen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en benadrukt dat appellant, bijgestaan door een advocaat, had kunnen en moeten zorgen voor een expliciet voorbehoud omtrent pensioenrechten in de overeenkomst.
De Raad stelt vast dat de finale kwijtingsclausule onmiskenbaar alle aspecten van de beëindiging van het dienstverband omvat, inclusief pensioenrechten, en dat het verzoek om schadeloosstelling daarom terecht is afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van het vervallen voorwaardelijk pensioen wordt afgewezen omdat dit onder de finale kwijtingsclausule valt.