ECLI:NL:CRVB:2017:1569
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken materiële connexiteit
Verzoekster ontvangt sinds 2005 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en kreeg deze vanaf 2007 ingetrokken vanwege een te hoog vermogen in de vorm van een woning in Suriname. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) vorderde de teveel ontvangen bedragen terug, wat leidde tot een financieel conflict. Verzoekster stelde bezwaar en beroep in, maar verloor deze procedures. Vervolgens verzocht zij om een voorlopige voorziening om de inhoudingen op haar AIO te staken en reeds ingehouden bedragen te restitueren.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep beoordeelde het verzoek en stelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend indien formele en materiële connexiteit met het hoger beroep aanwezig is. In deze zaak ontbrak materiële connexiteit omdat de terugvordering van de schuld niet onderwerp is van het hoger beroep. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter wees tevens proceskosten af en deed uitspraak buiten zitting. Deze beslissing bevestigt de strikte eisen voor voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt het belang van samenhang tussen het verzoek en het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.