ECLI:NL:CRVB:2017:1568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven werkzaamheden en bankrekeningen
Appellante ontving vanaf augustus 2009 bijstand volgens de WWB. Naar aanleiding van een melding over handel in kleding heeft de Sociale Recherche een onderzoek ingesteld, waarbij onder meer creditcard- en bankgegevens werden opgevraagd. Uit het onderzoek bleek dat appellante aanzienlijke aankopen deed en beschikte over meerdere bankrekeningen die zij niet had gemeld.
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk trok daarom bij besluit de bijstand met ingang van juli 2011 in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode tot eind 2013. Appellante stelde in bezwaar en beroep dat zij geen inkomsten had verdiend met haar activiteiten en dat een deel van het geld afkomstig was van haar moeder.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van drie bankrekeningen en haar handelsactiviteiten. Omdat zij geen administratie of verifieerbare gegevens kon overleggen over haar werkzaamheden en inkomen, kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. Dit vormde een rechtsgrond voor intrekking en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellante.