ECLI:NL:CRVB:2017:1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde stortingen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd na een anonieme melding onderzocht op mogelijke fraude. Het college stelde vast dat er tussen november 2013 en maart 2014 meerdere stortingen en bijschrijvingen op haar bankrekening waren gedaan die zij niet had gemeld. Hierdoor werd de bijstand over deze periode herzien en teruggevorderd.
Het college verklaarde bezwaar gedeeltelijk gegrond voor twee kleinere bedragen die als incidentele giften werden beschouwd, maar handhaafde de terugvordering voor twee andere bedragen van €700 en €340, die als middelen werden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en bevestigde dat het college terecht inzage mocht verlangen en de bedragen als middelen mocht aanmerken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de storting van €700 een terugbetaling van Justitie betrof en de €340 bestemd was voor een bruiloft, maar slaagde er niet in dit met voldoende bewijs te onderbouwen. De Raad oordeelde dat het tegoed op de bankrekening in principe tot haar middelen behoort en dat appellante onvoldoende tegenbewijs leverde om dit te betwisten.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.