ECLI:NL:CRVB:2017:1518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet gemelde kasstorting
Appellant ontving sinds oktober 2010 bijstand op grond van de Participatiewet. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek in juli 2015 werd een kasstorting van €3.000,- op zijn bankrekening van 24 februari 2015 vastgesteld, die appellant niet had gemeld bij het college.
Appellant verklaarde dat het bedrag afkomstig was van de verkoop van gouden sieraden die hij in Soedan had gekocht en in Nederland had verkocht. Hij had ook een deel geleend van een vriend en een deel van zijn vrouw gekregen. Het college herzag daarop de bijstand over februari 2015 en vorderde €960,83 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep. De kasstorting wordt als inkomen aangemerkt omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat het om een lening of vermogen ging. Het niet melden van dit inkomen leidde tot een onterechte bijstandsverstrekking.
De Raad oordeelt dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en de kosten heeft teruggevorderd. De beroepsgrond dat het bedrag als vermogen moet worden gezien, wordt verworpen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering over februari 2015 worden bevestigd wegens niet gemelde kasstorting die als inkomen wordt aangemerkt.