ECLI:NL:CRVB:2017:1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bewijsuitsluiting wegens onbevoegd onderzoek bij studiefinancieringboete
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap legde betrokkene een bestuurlijke boete op wegens vermeende onjuiste opgave van zijn woonsituatie in het kader van studiefinanciering. Dit volgde op een huisbezoek door controleurs die onderzoek deden naar de woonsituatie van betrokkene.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit tot boeteoplegging omdat niet was aangetoond dat betrokkene niet woonachtig was op het opgegeven adres. De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de controleurs die het onderzoek uitvoerden niet bevoegd waren omdat zij werkzaam waren bij een werkmaatschappij en niet bij de aangewezen instantie. Hierdoor is het bewijs onrechtmatig verkregen en dient het te worden uitgesloten. Zonder dit bewijs ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor de boete.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de minister in de proceskosten. De boeteoplegging blijft daarmee vernietigd.
Uitkomst: De boete wegens vermeende onjuiste woonsituatie wordt vernietigd vanwege bewijsuitsluiting wegens onbevoegd onderzoek.