ECLI:NL:CRVB:2017:140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens verzwegen werkzaamheden in familierestaurant
Appellant ontving sinds oktober 2013 bijstand en werkte vanaf oktober 2014 zonder melding te maken in het familierestaurant van zijn vader. Na een melding en onderzoek door de gemeente Amsterdam werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat zijn recht op bijstand schattenderwijs vastgesteld kon worden aan de hand van een urenregistratie, maar deze kwam niet overeen met zijn verklaringen over de aard en omvang van zijn werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat de onduidelijkheid over de omvang en aard van de werkzaamheden te groot was om het recht op bijstand betrouwbaar vast te stellen. Daarom werd de intrekking en terugvordering bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen werkzaamheden worden bevestigd.