ECLI:NL:CRVB:2017:1315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bezwaar en beroep
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van de korpschef van politie over haar functie en salaris. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en behandelde het verzoek om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn niet. In hoger beroep handhaafde appellante dit verzoek.
De Raad beoordeelde dat de totale duur van bezwaar en beroep ruim twee jaar bedroeg, wat de redelijke termijn overschrijdt. De overschrijding van bijna een maand leidt tot een vergoeding van €500. De overschrijding is uitsluitend toe te rekenen aan de korpschef, omdat de rechtbank binnen haar termijn bleef.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak waarin niet op het verzoek is beslist, veroordeelt de korpschef tot betaling van €500 schadevergoeding en proceskosten van €1.237,50 aan appellante, en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De korpschef wordt veroordeeld tot betaling van €500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten van €1.237,50 aan appellante.