ECLI:NL:CRVB:2017:1272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging IOAW-uitkering wegens niet-naleving arbeidsinschakelingsverplichting
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een IOAW-uitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde de uitkering met 30% voor één maand omdat appellant niet was verschenen op een oproep voor een gesprek en zich niet hield aan gemaakte inspanningsafspraken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de verlaging terecht was op grond van de geldende verordening en de IOAW.
Appellant voerde aan dat hij de uitnodiging niet begreep vanwege beperkte taalvaardigheid, maar dit werd verworpen omdat hij twee jaar Nederlandse taallessen had gevolgd en hulp had kunnen inroepen. De Raad vond geen reden om af te zien van de maatregel en bevestigde de verlaging van de uitkering.
Uitkomst: De verlaging van de IOAW-uitkering met 30% gedurende één maand wordt bevestigd wegens het niet naleven van arbeidsinschakelingsverplichtingen.