ECLI:NL:CRVB:2017:1250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij inwonende zoon zonder afwijking wegens mantelzorg
Appellant ontvangt bijstand als alleenstaande en woont bij zijn vader in dezelfde woning. Het college van burgemeester en wethouders van Oss heeft de bijstand verlaagd volgens de kostendelersnorm, omdat meerdere meerderjarige personen in dezelfde woning verblijven.
Appellant voerde aan dat hij mantelzorg verleent aan zijn vader en daardoor weinig geld overhoudt, maar dit werd door het college en de rechtbank niet als reden gezien om van de kostendelersnorm af te wijken. De Raad bevestigt dat de wetgever met de kostendelersnorm rekening wil houden met schaalvoordelen van samenwonen, ongeacht de aard van het inkomen of de reden van samenwoning.
De Raad verwijst naar vaste rechtspraak en wetsgeschiedenis die duidelijk maken dat mantelzorg geen uitzondering vormt op de kostendelersnorm. Ook het argument van appellant dat hij niet kon verschijnen wegens geldgebrek en andere procedurele bezwaren leiden niet tot een andere uitkomst.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kostendelersnorm wordt toegepast zonder afwijking wegens mantelzorg.