ECLI:NL:CRVB:2017:1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging maatschappelijke opvangvergoeding op grond van Wmo
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van het koppelingsbeginsel in de Vreemdelingenwet 2000, vroeg maatschappelijke opvang op grond van de Wmo. Het college kende een vergoeding van €450,- per maand toe, gebaseerd op het gemeentelijke Fonds Gevolgen Vreemdelingenwetgeving (FGV). Appellant maakte bezwaar tegen het besluit om deze vergoeding niet te verhogen, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, verwijzend naar het koppelingsbeginsel en het ontbreken van een schending van artikel 8 EVRM Pro. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het toegekende bedrag van €450,- toereikend is en dat het college niet verplicht is tot het verstrekken van een hogere vergoeding.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 maart 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van het college om de maatschappelijke opvangvergoeding te verhogen wordt bevestigd.