ECLI:NL:CRVB:2017:1169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens onvoldoende professionele gedragsverandering tijdens proeftijd
Appellant werd op 1 april 2014 met een proeftijd van zes maanden aangesteld bij de krijgsmacht. De minister verleende hem op 1 november 2014 eervol ontslag wegens moeizame communicatie, twijfel aan beslissingen van meerdere collega’s en openbaar geuite kritiek op een bataljonscommandant. Daarnaast nam appellant een collegiaal telefoongesprek op zonder voorafgaande toestemming.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit ontslag ongegrond. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de minister onterecht tot dit oordeel was gekomen. De Raad hanteerde een terughoudende toetsing en onderzocht of de minister redelijkerwijs tot zijn oordeel kon komen.
De minister onderbouwde zijn standpunt met verklaringen van meerdere militairen over het gedrag van appellant, die zich dwingend en gelijkhebberig opstelde en vasthield aan eigen belangen tegen regels in. De Raad vond deze verklaringen betrouwbaar en oordeelde dat appellant niet de professionele houding toonde die van een militair bij Natres verwacht mag worden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en concludeerde dat de minister in redelijkheid tot het ontslagbesluit kon komen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag bevestigd.