Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
kosten in bezwaar;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een politieambtenaar met PTSS, kreeg smartengeld toegekend op grond van artikel 54a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Appellant weigerde de indexering van het toegekende bedrag toe te passen, omdat de Coulanceregeling PTSS een maximum van €150.000,- stelde zonder indexering. De rechtbank oordeelde dat appellant de indexering wel had moeten toepassen en kende betrokkene een bedrag van €159.320,- toe.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Coulanceregeling een tijdelijke regeling was met een expliciet maximum en dat gelijke gevallen niet gelijk behandeld hoefden te worden. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in vanwege het niet toekennen van kosten voor verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase.
De Raad oordeelde dat de Coulanceregeling aansluit bij artikel 54a Barp en dat het maximumbedrag van €150.000,- geïndexeerd moet worden. De weigering van appellant om de indexering toe te passen was onterecht. Ook werd appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in zowel de bezwaarfase als het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, behalve het onderdeel van de kosten in bezwaar, dat werd vernietigd en alsnog toegewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt de indexering van het smartengeld en veroordeelt appellant in de proceskosten van bezwaarfase en hoger beroep.